Programmeren zonder computer
De ideeën achter programmeren kun je leren met je lijf, papier en een klasgenoot. Zulke "unplugged" activiteiten maken de begrippen tastbaar; daarna herken je ze in elk programma.
Waarom zonder scherm
Op een scherm gaat het snel en is er altijd een knop om te proberen. Zonder scherm moet je nadenken voordat je iets doet, en uitleggen aan iemand die niet raadt wat je bedoelt. Dat is precies wat een computer ook niet doet. Unplugged en digitaal versterken elkaar: eerst het idee met je lijf, dan in een programma.
Acht activiteiten
1. De robotvriend. Eén kind is de robot, de ander geeft opdrachten: "drie stappen vooruit, draai naar rechts, pak de beker". De robot doet precies wat er gezegd wordt, niet wat er bedoeld wordt. (Volgorde.) 2. De dans in herhalingen. Bedenk een dansje van drie bewegingen en doe het vier keer; schrijf het op als "herhaal 4×: klap, stamp, draai". (Herhaling.) 3. Als-dan-tikkertje. "Als ik rood roep, spring; als ik blauw roep, buk." (Als-dan.) 4. Het boterhamrecept. Schrijf stap voor stap op hoe je een boterham smeert en laat een ander het letterlijk uitvoeren. Waar ging het mis? (Algoritme.) 5. Sorteerwedstrijd. Acht kinderen met een kaartje met een getal sorteren zichzelf door twee aan twee te vergelijken. 6. Geheimschrift. Schuif elke letter drie plaatsen op en laat een ander het kraken (zie Codebreker). 7. Bug zoeken. Geef een routebeschrijving met één fout erin en laat een ander de fout vinden (zie Bugjacht). 8. Patronen leggen. Leg met blokjes "rood, blauw, rood, blauw" en laat een ander het programma noemen: "herhaal 2×: rood, blauw".
Van vloer naar scherm
Elke activiteit heeft een tegenhanger in Progio: de robotvriend is Bo de dino, de dans is de herhaal-tegel, als-dan-tikkertje zijn de kleurenregels, het recept is een programma met blokken bij de Romeinen. Doe eerst het spel in de klas of huiskamer, laat daarna het bijbehorende level spelen, en vraag: wat was hetzelfde?
In de klas
Unplugged activiteiten passen in de kerndoelen computationeel denken en kosten geen apparaten. Een les van twintig minuten met één activiteit en één level op het digibord is genoeg voor een goed gesprek. Zie Progio in de klas.
Veelgestelde vragen
Voor welke groepen?
De robotvriend en de dans vanaf groep 1; sorteren, geheimschrift en bug zoeken vanaf groep 4.
Heb ik materiaal nodig?
Nee. Papier, een pen en ruimte om te lopen. Voor het sorteren kaartjes met getallen.